Een “Hoogmis” voor Amstelveen? 

De eerste marathon van Amstelveen leverde Frits Suer de inspiratie voor zijn april-column.  Met een goed communicatiekanaal hadden veel meer Amstelveners van deze marathon kunnen genieten.


Het is dat ik op een van mijn regelmatige traininkjes in het Amsterdamse Bos iets aan een boom zag hangen en stopte om te kijken wat dat was. Het was een vriendelijke waarschuwing dat op zondag 2 april in het Amsterdamse Bos wat paden zouden worden afgezet ten behoeve van een marathon, de Lentemarathon; sterker de eerste marathon van Amstelveen. Ik heb het gevoel de sport in Amstelveen redelijk te volgen, maar als ik dat papiertje niet had gezien had ik nooit geweten dat de eerste marathon van Amstelveen zou worden gehouden. Sterker, ik schat dat tachtig procent van de Amstelveners dit niet wist.
Gelokt door het prachtige weer fietste ik eerst naar het bloesempark, dat in de ochtend al duizenden bezoekers trok en volgde daarna in het Amsterdamse Bos het parkoers van de marathon.  Veel deelnemers en hartverwarmend veel vrijwilligers om de atleten de weg te wijzen of van drinken te voorzien. Maar ik kreeg pas echt een warm gevoel, toen ik het langgerekte peloton de oversteek van de Keizer Karelweg bij de  Bella Donna/Laan Walcheren zag maken. Verkeersregelaars en politie hielden het verkeer tegen, maar omdat er nauwelijks ruimte was tussen de honderden lopers ontstond er een file vanaf het Stadshart aan de ene kant en tot aan het Olympisch Stadion aan de andere kant. De dienstregeling van de Connexxion bussen raakte compleet ontregeld. Ik vond het mooi. Ik zag  sport, bewegen en idealisme het winnen van de heilige koe.
Ik bedacht wel dat als die langwachtende automobilisten van de Marathon hadden geweten, ze dan zelf wel hadden bedacht dat een stukje omrijden over de Rembrandtweg of de Beneluxbaan, hen heel wat tijd (en misschien ook ergernis) had kunnen besparen. En dan komen we meteen op het punt waaraan ik me mateloos erger. Amstelveners weten niet wat andere Amstelveners doen, omdat er geen informatie-uitwisseling is. Juist de los-zand-gemeente Amstelveen heeft behoefte aan een communicatiekanaal waar de inwoners elke dag kunnen zien wat en waar iets gebeurt dat het bezoeken waard is. Natuurlijk krijgen we wel eens iets in de brievenbus dat pretendeert een Amstelveense nieuwskrant te zijn, maar het zijn veelal door extern aanbod gevulde kolommen. Nul journalistieke waarde.  Nou ja, bijna nul dan.

Leemte

Het lokale TV station RTVA probeert al enkele jaren die leemte te vullen, maar kan dit door gebrek aan geld niet volwaardig doen. Het exploiteren van een lokaal TV station is zonder overheidssteun niet mogelijk gebleken. Amsterdam betaalt AT 5 dan ook jaarlijks een miljoen. Ook RTVA moest om extra steun vragen. Met een ton per jaar meer kan men wel de journalistiek bedrijven, die Amstelveen nodig heeft en kan men ook fungeren als het ultieme bindmiddel van de Amstelveense samenleving. Iets wat de stad nu ontbeert. Wethouder Maaike Veeningen heeft het verzoek van RTVA afgewezen. Beleidsmatig misschien te verdedigen, maar uit praktisch oogpunt  onjuist. Immers van elkaar weten wat we doen, belangstelling tonen voor elkaar, en de stad maken tot een plaats waar men niet naast elkaar, maar met elkaar leeft, is ook citymarketing. Nog meer dan een boekje uitbrengen over Amstelveen.
Na mijn fietstocht langs de marathonroute was ik net op tijd thuis om op TV de Hoogmis van Vlaanderen te volgen. Moge de marathon van Amstelveen ooit de Hoogmis van Amstelveen worden, op TV gebracht door een goed functionerend lokaal TV station. Kom op partijen in de gemeenteraad.
En wat ik hier ook zo belangrijk vind: zoals de AV Startbaan de marathon organiseert, is het ook een eerbetoon aan het fenomeen vrijwilliger.
Amstelveen, april 2017                                         Frits Suer