Na drie burger raadsleden is het nu de beurt aan raadslid Ewa Petiet om in de serie interviews met de fractieleden van bbA eens nader van gedachten te wisselen over haar eigen leven en over haar leven in de Amstelveense politiek. Verwonderd, dan wel verbaasd kijken naar de Amstelveense politiek zit er bij haar niet in, want ze heeft al vier en half jaar ervaring in de gemeenteraad achter de rug; bovendien speelt haar werkzame leven zich ook af in een ambtelijke omgeving, dichtbij de politiek. Ewa Petiet is nl. strategisch business partner in de gemeente De Ronde Venen. Daar in Mijdrecht adviseert zij de gemeente op het gebied van organisatie ontwikkeling.

Het is niet moeilijk om een eerste vraag in dit interview te kiezen, want in de week van dit gesprek lopen nog steeds op de diverse mediawebsites tientallen reacties binnen op haar vragen aan het college over de slechte bezorging van het Amstelveens Nieuwblad, zijnde een voor de gemeente Amstelveen belangrijk communicatiemiddel en de serieuze beantwoording van de wethouder.

Is dit een les om dicht bij de mensen te blijven?

“Ja. In feite is het iets kleins, maar het leeft. Zo zie je maar weer, dat waar de mensen dagelijks mee te maken hebben belangrijk is voor hen en wij als bbA moeten daarop reageren en inspelen. Ik heb nu nog zoiets. We hebben nieuwe ondergrondse afvalcontainers. Maar die zijn bij mij in de straat na 3 maanden nog niet onder de grond geplaatst. Dat betekent dat de klep om de vuilniszak in te doen voor kleine mensen te hoog is. Ik zag dat pas toen een klein vrouwtje de zak boven haar hoofd moest optillen om die in de container te doen. Daar had ze hulp bij nodig. Dit zijn details, maar voor de mensen belangrijk. Toen we nog in de coalitie zaten moesten we meer beleidsmatig denken, nu in de oppositie is er ruimte om naar de kleine praktische zaken te kijken”.

Hoe kwam je in de politiek terecht?

“Meteen na mijn studie psychologie ging ik in Mijdrecht bij de gemeente werken. Daarmee kwam ik in een politiek bestuurlijke omgeving terecht. Ik leerde die wereld dus als ambtenaar bij verschillende gemeenten kennen voordat ik in de politiek begon. Bovendien vind ik het leuk om actief te zijn in de plaats waar ik woon. Dus toen ik zo’n jaar of zes geleden door Petra Vosters bij bbA werd gevraagd heb ik ja gezegd”.

Je werkt, je hebt een gezin (partner en dochter) en bent raadslid. Is dat te combineren ?

“Het is een uitdaging. Het is een kwestie van plannen en hulp van mijn partner Michel en van een oppas. Het is een kwestie van keuzes maken. Tijd voor hobby’s zit er niet echt in, al gaan we heus wel eens een weekend uit of een avond naar vrienden toe. Daarbij vind ik het ook erg leuk om op mijn vrije dag met mijn dochter van 2 op pad te gaan. Dan gaan we naar de kinderboerderij, een speeltuin of ergens koffie drinken en een croissantje eten. Het is een voordeel dat we als bba een goede (en leuke!) groep hebben, waarin de burgerleden ook heel actief zijn en je kunt verdelen wie waar naartoe gaat. Ben je een partij met een of twee zetels, dan wordt het lastiger lijkt mij”.

Hoe vind je de politieke verhoudingen ?

“De afgelopen vier jaar toen we in de coalitie zaten ging het er best gemoedelijk aan toe. Iemand heeft wel eens gezegd: eigenlijk is de hele raad een grote coalitie. De goede omgang met elkaar vind ik belangrijk. Toen ik in de raad kwam was ik aangenaam verrast omdat ik voelde dat men de relatie met elkaar belangrijk vindt. Omgangsvormen tellen hier. Het is soms hard op het probleem, maar altijd zacht op de mens. In onze nieuwe positie in de oppositie wordt het wat ingewikkelder en even zoeken. We moeten nu de ruimte nemen om ons wat meer te laten horen, al moeten we loslaten wat is gebeurd. Niet in wrok blijven hangen”.

Wat voor rol zie je bbA komende jaren spelen?

“Wij hebben flink meegeschreven aan het coalitieakkoord. Daar kunnen we ons niet aan onttrekken. Wel kunnen we werken aan alles transparanter maken. Er op toezien dat moties worden uitgevoerd. Neem het amendement van bbA ’er Ruud Oord over bestuurlijke vernieuwing. Iedereen was voor, maar er gebeurt tot op heden niets”. (De motie hield de aanbeveling in voor een nieuwe vorm van inspraak zoals in Utrecht met veel succes is toegepast. Een doorsnede van de bevolking werd uitgenodigd mee te praten. Dateert van juli 2017 F.S.) . “Wel moeten de kaders duidelijker worden gesteld. Dat is bijv. niet gebeurd bij de nieuwbouw aan Zonnestein. Daardoor werd alles onnodig vertraagd, omdat bleek dat het oorspronkelijke idee niet werkte. Als raad moet je beseffen dat je niet alles bepaalt, maar dat de bewoners meer zeggenschap willen. Ik vind dat een mooie ontwikkeling, maar dat betekent wel dat je als raad goed met aangeven wat de ruimte is die de mensen krijgen, de kaders. Als je bijvoorbeeld zegt dat de kinderen het avondeten mogen kiezen, kan het zomaar zijn dat er een grote schaal M&M’s op tafel staat. Maar als je zegt dat het gezond moet zijn, groenten en vlees moet bevatten dan is alles wat daaraan voldoen toch goed? Ook al had je zelf misschien iets anders gekozen? Je moet als raad dus meer nadenken over de kaders en de ruimte die burgers zelf kunnen invullen en het dan ook loslaten. Want je kan niet later zeggen: zo hadden we het niet bedoeld”.

Het publiek kijkt met argwaan naar de politiek. Begrijp je dat ?

Ja en nee. Wat op sociale media wordt geschreven betekent niet altijd dat het ook zo is en voor een grote groep geldt. Je moet dat relativeren. En de politiek moet er niet van uitgaan, dat als men een bericht in de krant plaatst, de lezer dat dan ook onthoudt. Als-ie het al gelezen heeft. Er komt bij dat de kiezer niet altijd weet, waar de beslissingen worden genomen. We moeten de Amstelvener duidelijk maken dat we maar een beperkte rol kunnen spelen. De grote beslissingen , zoals de A9, worden genomen in Den Haag of zelfs in Brussel. En de sneltram in de Regio. En dat geldt ook voor de woningbouw”.

Je hebt wel eens gezegd, dat je in Amstelveen bent gaan wonen omdat de ruimte en het groen je aansprak, En als dat betekent dat mijn kind hier niet kan wonen, dan is dat maar zo. Denk je daar nog steeds zo over?

“ Het betekent niet dat ze dan maar in Groningen moet gaan wonen. Maar ik heb er geen enkel probleem mee als ze uiteindelijk een woning vindt in Hoofddorp, Haarlem of Purmerend. Wat moeten we anders? Amstelveen maar vol bouwen ? Dan is Amstelveen Amstelveen niet meer. Toen wij in Amsterdam woonden hadden we geen idee wie onze buren waren. Hier kan dankzij die ruimte mijn dochter veilig buiten spelen, mensen kunnen vlak bij huis hun hond uitlaten. Allemaal acties waardoor je in contact komt met je medebewoners uit de buurt. De ruimte en het groen heeft op deze manier ook een sociale functie”.

In je studietijd had je misschien wel tijd voor hobby’s, zoals ?

“Showballet. Best fanatiek. We trainden een aantal keren in de week en gaven ook optredens door het hele land. We hebben eenmaal een TV -optreden gehad voor TV Max. Verder dan dat ben ik niet gekomen. In mijn school/studententijd had ik allerlei baantjes, zoals kassa bij Albert Heyn, het verkopen van kunststof kozijnen, jazzballetles geven, maar na mijn studie psychologie ben ik meteen gaan werken en heb ik er later nog naast mijn werk een studie bedrijfskunde bij gedaan.”.

Maar nu in een andere functie als adviseur organisatie ontwikkeling. Wat houdt dat in?

“Als we bij de overheid blijven werken zoals we dat 20 jaar geleden deden, dan gaat dat het niet worden. De maatschappij verandert, mensen verwachten iets anders van de gemeente dan vroeger en wij moeten met die ontwikkelingen meegaan. Denk aan het sociaal domein, alle verantwoordelijkheden die van het Rijk naar de gemeente zijn gekomen. Dat vraagt iets anders van ons als ambtenaar. We moeten veel meer midden in de samenleving bezig zijn, in plaats van achter het bureau beleid bedenken. “

Wat voor rol zie daarin voor bbA?

“Nadenken over de vraag: wat komt er op ons af? Hoe kunnen we burgers betrekken er bij? Kijk, ‘vroeger’ was ruimtelijke ontwikkeling – huizen bouwen – het belangrijkst in gemeenteland. Niet alleen in Amstelveen, maar dat verandert. Overal en zeker ook in Amstelveen. Er is niet veel grond meer om te bouwen. We hebben het daarom ook wel over stadsvernieuwing van onze wat verouderde wijken. Maar hoe doe je dat? En dat betekent niet dat je alles zomaar plat moet gooien en opnieuw moet opbouwen, maar dat je de sociale functies van een wijk mee moet nemen in het maken van de plannen. Waar gaan mensen elkaar ontmoeten? Is er dichtbij gelegenheid om je boodschappen te doen? Waar kun je je hond uitlaten? Waar gaan de kinderen spelen? En last but not least: hoe gaan de burgers hierin meedenken? Dat zie ik als rol voor bbA: Ons afvragen wat we willen in de veranderende samenleving en ons steeds afvragen: hoe betrekken we de bewoners er bij? “