Dit is het laatste interview in de serie van zeven, die we met de fractieleden van bbA hebben gemaakt. Fractievoorzitter Ruud Kootker sluit de serie af. In dit gesprek geeft hij na acht maanden ervaring met de Amstelveense politiek zijn mening over het functioneren van het college ten opzichte van de gemeenteraad, over de beperkte mogelijkheden van Amstelveen om problemen op te lossen, over de keuzes die Amstelveen moet maken en over de uitdagingen die Amstelveen te wachten staan.

Hoe kijk je tegen je eerste acht maanden in de gemeenteraad aan. Was het wennen?

“Het is zoals ik wel verwacht had. Ik draaide voorafgaand aan mijn raadslidmaatschap een jaar mee op de achtergrond, heb met veel mensen gesproken en mij goed ingelezen. Ik stel vast dat Amstelveen grosso modo best goed wordt bestuurd. Het is een stabiele gemeente en die stabiliteit zie je terug in de Raad en in het College. Het betekent ook wel dat de drang om out of the box te denken er niet is. Het is hier allemaal traditioneel georganiseerd”.

De eerste acht maanden zijn dus goed bevallen?

“ Ja, en wel zo, dat ik nog steeds tot op het bot gemotiveerd ben. Want je kan hier best wel wat bereiken. De grote dingen in het leven verander je niet zomaar, maar je kan wel mede bepalen hoe het Stadshart er uit moet zien. Of zorgen dat cultureel erfgoed als het Jagershuis behouden blijft , opkomen voor het behoud van het groene karakter van Amstelveen en initiatieven nemen zodat er b.v. stadsgesprekken komen”.

Maar ook een heleboel niet, zoals openbaar vervoer of sociale woningbouw?

“ De wereld verandert en wordt complexer. Je wordt steeds meer afhankelijk van je omgeving, dus de omliggende gemeenten. Dat betekent dat veel dingen in een samenwerkingsverband worden besproken en beslist. Amstelveen is geen eiland en we moeten ons ook niet als eiland gedragen. We moeten verbinding zoeken met alle keyplayers. Je bent als gemeente onderdeel van een grotere markt. Dus moet je samenwerken. Onze burgemeester Bas Eenhoorn zei eens: “Samenwerken is ook een beetje van je invloed weggeven”. Dat is waar, maar het levert ook kansen op. Denk aan samenwerkingsverbanden als de Metropoolregio Amsterdam, de Vervoersregio en Amstelland-Meerlanden. Daarin worden de belangen van alle gemeenten in de regio afgewogen en hebben wij een stem, maar als een van de velen. Weliswaar hebben we een beperkte invloed, maar wij moeten er alles aan doen om te zorgen dat onze stem wel degelijk wordt gehoord. Misschien was daarom de gedachte om te kijken hoe we met meer gemeenten bestuurlijk en ambtelijk kunnen samenwerken zo gek nog niet. Het is ook goed je te realiseren dat het uitgesloten is dat Amstelveen in zijn eentje het woningprobleem, het openbaar vervoerprobleem, of de energietransitie voor elkaar krijgt. We moeten, ook als Raad, geen verwachtingen wekken die we niet waar kunnen maken”.

Het publiek is argwanend tegenover de politiek. Begrijp je dat?

“Ja en dat komt omdat er veel over Amstelveen en Amstelveners wordt beslist in plaats van door Amstelveen en Amstelveners. Bovendien hebben veel van de gemeenschappelijke regelingen ook geen democratische basis. De argwaan wordt ook in de hand gewerkt door het doen van beloften, vooral in verkiezingstijd, die niet kunnen worden waargemaakt. Verduurzaming? Dat lukt nooit in ons eentje. Het tekort aan woningen totaal oplossen? Ook zoiets wat in Amstelveen niet op korte termijn gaat lukken. Daarin is de markt de baas”.

Hoe ervaar je de verhoudingen tussen de partijen?

“Heel goed. Hard op de zaak, zacht op de persoon”.

Je was nog niet eens geïnstalleerd in de raad of je zat al aan tafel bij de coalitiebesprekingen. Toch wel een heel aparte ervaring?

“Toen ik mij op de lijst liet zetten dacht ik niet dat ik fractievoorzitter zou worden. Immers dat was Jitze Bakker en de wethouder was Peter Bot. Ik dacht aan niet meer dan aan een zetel in de raad. Maar toen eerst Jitze Bakker zich als raadslid terugtrok en vervolgens Peter om gezondheidsredenen moest afhaken, werd ik in het diepe gegooid”.

Meteen een leerschool?

Jazeker. Om te beginnen de coalitiebesprekingen zelf in aanwezigheid van de complete fracties van VVD, D66 en bbA. Inspirerend, inhoudelijk en met ruimte voor elkaar. Al heel snel lag er een concept coalitieakkoord. Van het feit, dat bbA daarna werd uitgesloten van deelname aan het College heb ik geleerd dat politiek totaal onvoorspelbaar kan zijn en dat de ratio en emotie dwars door elkaar kunnen lopen. We gingen er na de verkiezingsuitslag terecht vanuit dat de coalitie zou worden voortgezet, maar werden overvallen door de situatie dat er, na het vertrek van Peter, bij VVD en D66 kennelijk koudwatervrees ontstond om mij als wethouder te accepteren. De les voor alle betrokken partijen is dat je op tijd in elkaar moet willen investeren en elkaar echt moet willen leren kennen. Dat is helaas niet gebeurd en dat moeten wij ons allemaal aantrekken”.

Had je voordat je in de Raad kwam al belangstelling voor de politiek?

“Ik ben altijd politiek geïnteresseerd geweest. Op school al. En bij mijn studie in Groningen (rechten) was staatsrecht mijn tweede specialisatie. Zo heb ik o.a. onderzoek gedaan naar het tot stand komen van het kabinet Cort van der Linden. (1913-1918) Toen ik nog in Amsterdam woonde heb ik in 2006 met de partij Liberaal Amsterdam meegedaan aan de gemeenteraadsverkiezingen van Amsterdam.. Helaas net niet gelukt”.

Wat is je achtergrond?

“Ik ben in Den Helder geboren. Ik kom uit een gezin van acht kinderen. Mijn vader werkte als burger/ambtenaar bij de marine. Merkwaardige stad dat Den Helder, twee werelden. Je had de marine met hun eigen sportverenigingen, hun eigen voorzieningen en hun eigen huizen. Daar kwam je als burger niet tussen. Ik ben in Groningen rechten gaan studeren en daarna kreeg ik een baan bij de AMRO bank en verhuisde naar Amsterdam. Vervolgens werd ik, na een aantal jaren in de outplacement industrie te hebben gewerkt, algemeen directeur van DAS rechtsbijstand”.

Verenigingsleven?

In 1981 verhuisde ik van Groningen naar Amsterdam, werd lid van HIC, kwam al gauw in het bestuur en was van 1985 tot 1989 voorzitter. Via Den Haag, waar ik lang woonde, kwam ik in 2000 terug in Amsterdam en verhuisde in 2007 naar Amstelveen. Ik tenniste bij TCA, de buurman van hockeyclub Amsterdam. Daar had ik wat vriendjes, die mij overhaalden om lid te worden van Amsterdam en zo kwam ik ook daar voor een paar jaar in het bestuur terecht. Bij de wedstijden van het eerste elftal was de fenomenale Wim Jesse speaker (voormalig sportverslaggever bij AVRO ’s Sportpanorama. F.S.). Toen hij stopte heb ik dat van hem overgenomen en heb zo’n 15 jaar voor AHBC en de KNHB als stadionspeaker opgetreden”.

Is het raadswerk te combineren met je werk als interim directeur en consultant?

“Dat valt niet mee. Als je het goed wilt doen, als je alles wilt lezen en alle vergaderingen van de diverse commissies en werkgroepen wilt bijwonen is het meer dan een halve dagtaak. Ik kan dus veel minder tijd aan mijn reguliere werk besteden. Zeg maar de helft minder dan anders”.

Van DAS naar eerst ondernemen en consultancy naar het raadswerk, dat lijkt me even wennen?

“Waar ik het meest mee worstel is dat de burgers vaak denken dat het College van B. en W. de baas is, en niet de gemeenteraad. Dat is wat veel burgers helaas niet goed begrijpen. Naar mijn idee komt dit mede doordat het College een mediabeleid voert, waarbij plannen die eerst nog door de gemeenteraad moeten worden goedgekeurd, naar buiten worden gebracht alsof de besluiten al zijn genomen. Dat schept een verkeerd beeld dat het College regeert en hier de hoogste instantie is. Maar de hoogste instantie is de Gemeenteraad. Door plannen en ideeën te vroeg in de publiciteit te brengen draagt het College bij aan die verwarring bij het publiek. Let wel; ik vind het heel goed dat het College de burger laat zien wat het doet, maar het past niet vooraf standpunten in te nemen, zoals bij de Eneco-aandelen of bij het Cultuurbeleid. Men moet de juiste volgorde aanhouden”.

Wat zie je als de grote uitdagingen van de toekomst?

“ Uitdaging nummer één is: er voor te zorgen dat we op alle fronten een bewegende stad worden, d.w.z. dat we veel aandacht moeten besteden aan onze sportverenigingen. Dat zijn de belangrijke verbindende elementen in onze samenleving, zoals ook scholen en kerken dat zijn. Daarbij zeg ik wel tegen de verenigingen: stel je complex vaker open voor de ouderen. Maak het nog meer dan nu een plaats waar mensen kunnen samenkomen, elkaar ontmoeten en elkaar leren kennen. Sport mag niet uitsluitend de richting opgaan van individueel sporten. Daarom vraag ik ook steeds aandacht voor de financiële positie van de verenigingen. Ik weet dat er best wel een paar in problemen verkeren”.

Uitdaging twee is het leefbaar houden van de stad. We zullen keuzes moeten maken, zoals willen we verdichting of willen we groen? Dit kunnen we als Amstelveners zelf beslissen.

Uitdaging drie is: hoe houden we het voorzieningenniveau in stand? Ik maak me namelijk wel een beetje zorgen over de financiële positie van Amstelveen in de komende jaren. Want als het mis gaat, wordt er meteen gesneden in de subsidies. Dan weet ik wel wie het meest moeten bloeden: sport, cultuur en welzijn. Aan de andere kant: tot nu toe hebben de diverse Colleges het goed gedaan. Daarvoor verdienen ze complimenten.
We moeten, uitdaging vier, er ook voor zorgen dat de ouderen altijd in Amstelveen kunnen blijven wonen en jongeren de zorg krijgen die nodig is. Maar dat kost veel geld. Ik vind dat we dan ook harde eisen mogen stellen aan het sociaal domein. Zo zijn de kosten van de jeugdzorg vorig jaar extreem gestegen. Miljoenen overschrijdingen. Hoe is dat mogelijk, vraag ik mij dan af? Hebben we liggen slapen? Hebben we teveel bevoegdheden overgedragen naar de regionale inkoop en is de kwaliteit van de inkopers wel goed genoeg? Dat moet dus gewoon anders!”

Je hebt de zes voorgaande interviews met de fractiegenoten gelezen. Wat blijft daarvan bij je hangen of wat vond je bijzonder?

“Dat het allemaal mensen zijn, die vanuit hun ziel betrokken zijn bij de mensen in de stad. Ze zijn niet met een eigen politieke carrière bezig. We opereren op de vierkante meter en met beide benen op de grond. Ik noem dat intrinsiek gemotiveerd. Ze hebben allemaal het bbA-DNA. Dat wil zeggen dat ze zich altijd afvragen bij het nemen van beslissingen: is dit goed voor Amstelveen en de Amstelveners”.

 

(Naschrift: Op de foto Ruud Kootker en zijn bbA-fractie tijdens er eerste bijeenkomst na de gemeenteraadsverkiezingen. Naast hem oud-wethouder Peter Bot, wiens plaats in de Raad daarna werd ingenomen door Ewa Petiet)