“Verbinden, verbinden, verbinden”, dat is zo ongeveer het politieke levensmotto van Marga van Herteryck. In het gesprek in het kader van de serie interviews met de leden van de bbA-fractie verklaart ze dat met: “Ik ben van het goede luisteren en kijken hoe je samen tot de beste keuze kan komen. In die zin wil ik mensen bij elkaar brengen en samen naar oplossingen zoeken zonder dat je je doelen uit het oog verliest”.

Marga van Herteryck, getrouwd en een dochter, is nieuw in de fractie van bbA maar zeker niet in de gemeenteraad. In de periode 2006 – 2014 was zij gemeenteraadslid voor het CDA en het jaar daarvoor plaatsvervangend lid in de Commissie Burgers en Samenlevering.

Hoe kwam je in de politiek terecht ?

“Door mijn vader. Hij zat zes jaar voor het CDA in de raad. Daarvoor was hij penningmeester van het bestuur. Toen hij besloot zich niet meer verkiesbaar te stellen zei hij tegen me: dit is iets voor jou. Ik heb me altijd wel geïnteresseerd voor hoe dingen tot stand komen. Ik heb de maatschappelijke betrokkenheid in mijn opvoeding meegekregen. Niet aan de zijlijn blijven staan maar bijdragen aan een goed leven samen. Dus ik stapte in de politiek uit een soort idealisme. Ik begon als plaatsvervangend lid van de commissie Burgers en Samenleving en van daaruit in 2006 lid van de gemeenteraad”.

Vond je het meteen leuk?

“Ik wilde graag meer weten dan wat je in de krant leest. Daarin lees je nooit het hele verhaal. In de politiek zag ik hoe beslissingen tot stand komen. Die nieuwsgierigheid heb ik altijd gehad. Ik had nooit verwacht dat ik politiek zo leuk zou vinden”.

Heb je iets van dat idealisme tot uiting kunnen brengen?

“Toch wel. Op mijn voorstel is toen bijvoorbeeld de subsidie voor de BoodschappenPlusBus structureel vastgesteld en een extra leerplichtambtenaar aangesteld. Ik vond de leerplichtambtenaar belangrijk om snel te reageren op schoolverzuim. Dat was is die tijd hoger dan normaal. Met zo’n ambtenaar heb je een middel in handen om bij mensen achter de deur te kijken. Het kostte wel moeite om de raad mee te krijgen, maar uiteindelijk is het wel gelukt”.

Waarom ben je er mee gestopt?

“Door familieomstandigheden moest ik meer tijd en aandacht aan mijn gezin besteden. Mijn vader had ook meer zorg nodig. Daardoor moest ik keuzes maken. Het is niet zo dat ik het werk in de politiek niet leuk meer vond.”
Wat heb je in die vier jaren zonder politiek verder gedaan?
“Ik heb eerst de tijd genomen om wat meer rust in mijn leven te krijgen. In die periode ben ik ook begonnen met golfen. Ik had nooit gedacht dat ik dat leuk zou vinden. Ik doe dit niet fanatiek hoor; het is voor mij meer buiten spelen. Ik zie het als een combinatie van lekker buiten zijn en je hoofd leeg maken”.

Na die politieke pauze besloot je voor bbA te kiezen. Waarom?

“Toen ik voor het CDA in de raad zat had ik al goed contact met de bbA-fractie en toen ik uit de raad stapte is dat contact er altijd gebleven. Ik voelde me op mijn gemak tussen de bbA-ers. Het CDA is een bestuurderspartij. Daar speelt de landelijke politiek ook een rol en zit je soms vast in een landelijk ingenomen standpunt. Ik kreeg vooral zin in de lokale politiek. BbA is toch meer mijn directe leefwereld”.

Voldoet je keuze aan je verwachtingen?

“Ja. Het is een fractie met een goede balans. En een plezierige groep. Ik vind het belangrijk dat de groep warmte uitstraalt en dat je alles met elkaar kunt bespreken. Dat zag je ook zo pas in onze ledenbijeenkomst. Los van de inhoud van de gesprekken was men blij elkaar weer eens te zien. Het is niet voor niets dat unaniem werd besloten om elk kwartaal bijeen te komen. We hebben het leuk met elkaar.”

De kiezer is ten opzichte van de politiek heel argwanend. Begrijp je dat?

“Ja. Dat komt omdat men te weinig informatie heeft. Men kent de achtergronden vaak niet. Aan ons de taak om dat goed uit te leggen. De kunst is om te luisteren naar de zwijgende meerderheid. Wat leeft hoor je in de straat, bij de sportclub, op de markt, op de schoolpleinen of in de cafés en wijkcentra. Mensen praten over de dingen die hen direct raken. In de andere zaken verdiept men zich niet, door tijdgebrek of wat dan ook”.

Waar besteedde je je tijd vroeger aan?

“Als kind las ik veel, ging ik veel naar het zwembad en zat ik op scouting en op turnen bij ODIN. Daarna jazzballet en sportschool. Vanaf mijn vijftiende jaar allerlei bijbaantjes, zoals verkoopster bij de lokale bakker, achter de kassa en in een hotel. Na mijn opleiding ben ik werkzaam geweest als reisadviseur en een aantal jaren later beland in de advocatuur, waar ik nog steeds werkzaam ben.”

Eneco

“Ja dat was een mooie discussie. Een voorbeeld van hoe je door nieuwe inzichten een standpunt moet wijzigen. Wij waren het er niet mee eens het geld nu al te besteden. Ik vind dat de opbrengst van de Eneco-gelden ten goede moet komen van alle Amstelveners. Bij een eventuele bestemming in energietransitie en duurzaamheid dus ook mogelijkheden voor inwoners die niet zelf kunnen investeren”.

Wat zou je komende jaren willen bereiken?

“Laten we ons eerst maar eens afvragen wat er niet allemaal in de komende jaren op ons af komt. We gaan geleefd worden door gebeurtenissen die we niet helemaal in de hand hebben. De hele stad gaat op zijn kop. Iets heel simpels: hoe komen we volgend jaar nog op tijd op ons werk? Hoe houden we Amstelveen in 2019 nog een beetje leefbaar? Dat wordt een hele toer”.
Op tijd op je werk komen lukt nu al niet als je afhankelijk bent van tram 5 en 51. Het GVB heeft toch maling aan Amstelveen?
“Dat lukt wel maar kost meer tijd. Daar proberen we toch iets aan te doen. Via de Vervoersregio Amsterdam wil Amstelveen proberen het voor elkaar te krijgen dat er een betere invulling van het vervangend Openbaar Vervoer tijdens de ombouwperiode komt”.

Maar de dingen die je wel in de hand hebt?

“Ik wil bereiken dat het karakter van Amstelveen behouden blijft. Het is een stad met mooie voorzieningen. Er is een goede balans tussen wonen, werken en ontspannen op welke manier dan ook. Ik wil ook meer begrip en aandacht voor elkaar. Niet iedereen is even sterk en kan de tegenslagen in het leven aan. Ik wil aandacht en ondersteuning voor kinderen en hun ouders die problemen ervaren. Ik wil goede zorg voor onze ouderen. Dit aanbod moet laagdrempelig en goed toegankelijk zijn. De signaleringsfunctie op scholen, sportverenigingen en in de wijken moet daarom goed geregeld zijn en problemen moeten snel op lokaal niveau worden opgepakt”.

Kan dat wel met alle problemen die nog komen?

“Op dit gebied zijn de wijken goed bezig. Daar zijn sociale teams actief en er worden steeds meer professionals aan de wijken verbonden. In de wijken wordt echt aan versterking en verbinding van de sociale gemeenschap gewerkt en de wethouder is daar ook gevoelig voor. Waar nodig wordt er extra ingezet. In Patrimonium bijvoorbeeld komt een actieplan om samen met bewoners problemen op te lossen. Hier ligt de kracht van de wijken en het helpt ons ongewenste ontwikkelingen eerder te signaleren. Dat wordt steeds belangrijker. En bbA moet zich daar meer profileren”.

Amstelveen is wel jouw stad, nietwaar?

“Ja, ik ben hier geboren en getogen. Ik heb Amstelveen zien groeien, nieuwe wijken zien bouwen, waardoor je meegroeit met de stad. En tegelijkertijd heb ik de waarde van het vroegere Amstelveen – noem het: het cultureel erfgoed – leren waarderen”.

Hoe vind je de sfeer in de raad?

“Alles gaat hier tot nu toe in een redelijk goede harmonie. De verstandhouding tussen de partijen is, op wat botsinkjes op z’n tijd na, wel goed. Discussies mogen best stevig zijn, maar men moet elkaar in zijn waarde laten. Respect voor elkaar vind ik heel belangrijk”.